Wederom prejudiciële vraag over bouwterreinen
Op 9 september 2011 heeft de Hoge Raad het Europese Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing gevraagd betreffende bouwterreinen. De Hoge Raad wil graag weten of een terrein met daarop opstallen die bestemd zijn om te worden gesloopt met het oog op nieuwbouw, op grond van de BTW-richtlijn niet onder de BTW-vrijstelling mogen vallen.
Belanghebbende koopt van de gemeente een voormalige bibliotheek met parkeerterrein. Het plan bestaat om op de grond woningen te bouwen in combinatie met kantoren en parkeerplaatsen. Overeengekomen werd dat de gemeente er voor zou zorgen dat het gebouw werd gesloopt en dat de bestrating van het parkeerterrein zou worden verwijderd. Op het moment van levering was het gebouw gesloopt en het puin afgevoerd. De bestrating was nog niet verwijderd. Na de levering zou dit, in opdracht van de gemeente, alsnog worden gedaan. Ten tijde van de levering was er nog geen bouwvergunning afgegeven.
Op basis van het Don Bosco-arrest stelt het hof vast dat sprake is van onbebouwde grond. Het hof oordeelt verder dat sloop geen bewerking aan de grond is waardoor geen sprake is van een bouwterrein. De Hoge Raad stelt dat op grond van de Nederlandse wetgeving en jurisprudentie er inderdaad geen sprake is van een bouwterrein. De Hoge Raad vraagt zich vervolgens af of de Nederlandse wetgeving op dit gebied in strijd is met de BTW-richtlijn.
Daarom heeft zij het EU-HvJ prejudiciële vragen gesteld. De vraag die de Hoge Raad heeft gesteld is of de BTW-richtlijn zo moet worden uitgelegd dat in elk geval niet van BTW mag worden vrijgesteld de levering van een onbebouwd terrein dat door sloop is ontstaan en waarbij de sloop is verricht met het oog op nieuwbouw.
Wij kijken uit naar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Hopelijk zal er dan meer duidelijkheid komen over het begrip bouwterrein.

