Ondernemerschap kan niet met terugwerkende kracht worden ingetrokken
Het ondernemerschap begint bij het doen van de eerste investeringen. Blijkt uiteindelijk dat door onvoorziene omstandigheden geen BTW-activiteiten worden uitgevoerd dan kan er toch sprake zijn van ondernemerschap voor de BTW. Dit heeft rechtbank Haarlem recent bepaald.
Belanghebbende koopt in 2005 percelen grond op een bungalowpark en een stacaravan met de intentie deze te verhuren voor recreatieve doeleinden. Door onvoorziene omstandigheden lukt het belanghebbende echter uiteindelijk niet om de stacaravan te verhuren. Daarom worden in 2006 de grond en de caravan terugverkocht aan de eigenaar van het bungalowpark.
In 2009 wordt een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting. De inspecteur concludeert uiteindelijk dat belanghebbende geen ondernemer is voor de omzetbelasting, zodat geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. In 2006 heeft ook een onderzoek plaatsgevonden. Toen heeft de inspecteur het recht op aftrek wel geaccepteerd. Deze acceptatie heeft bij belanghebbende het vertrouwen gewekt dat zij ondernemer is en dus recht heeft op aftrek van voorbelasting. Dat de activiteiten uiteindelijk, buiten de wil van belanghebbende, niet zijn doorgegaan kan er niet voor zorgen dat zij met terugwerkende kracht geen ondernemer is voor de omzetbelasting.

