Levering van bouwterrein en samenloop BTW en overdrachtsbelasting
Bij de aankoop van onroerende zaken kan sprake zijn van een levering belast met BTW of belast met overdrachtsbelasting. Indien sprake is van een bouwterrein is de levering belast met omzetbelasting en is vervolgens over dezelfde levering geen overdrachtsbelasting verschuldigd.
Onlangs is door het EU-Hof uitspraak gedaan of bij levering van een terrein waarop nog een oud gebouw stond, waarbij de sloop reeds was gestart voor de levering, reeds werd voldaan aan het begrip bouwterrein waardoor BTW verschuldigd zou zijn.
In 1998 besloot een BV een perceel grond met daarop twee oudere gebouwen te kopen. De gebouwen zouden worden gesloopt en de BV zou op de grond een of meer nieuwe kantoorpanden laten bouwen. De verkoper zou een sloopvergunning aanvragen en een aannemer voor de sloop in de hand nemen. Op grond van de bouwvergunning zou de aankoop van het perceel grond voldoen aan het begrip ‘bouwterrein’ en zou over de levering BTW verschuldigd zijn en geen overdrachtsbelasting.
Op 30 september 1999 werd de onroerende zaak in de middag geleverd. In de ochtend was de aannemer echter al gestart met het slopen van de gebouwen. Volgens de BV was de levering belast met BTW en zou naar haar mening derhalve geen overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Het Hof Amsterdam stelde de BV echter in het ongelijk en was van mening dat overdrachtsbelasting was verschuldigd over de levering en dat de levering was vrijgesteld van BTW.
Nadat de BV naar de Hoge Raad was gestapt heeft deze vragen gesteld aan het EU-Hof. Het EU-Hof heeft vervolgens na beraad geantwoord dat de levering van een terrein waarop nog een oud gebouw stond dat moest worden gesloopt, aangezien de sloop reeds was gestart vóór de levering, de levering en de sloop van dat gebouw als één handeling moest worden beschouwd.
Volgens het EU-Hof was er geen sprake van een levering van het bestaande gebouw, maar de levering van een onbebouwd terrein, die niet was vrijgesteld van BTW. Hierbij is volgens het EU-Hof niet van belang hoever de sloop van het oude gebouw op het moment van de daadwerkelijke levering van het terrein was gevorderd.
De Hoge Raad heeft vervolgens het standpunt van het EU-Hof overgenomen en heeft de uitspraak van het Hof vernietigd. Vervolgens heeft zij Hof Den Haag verzocht te beoordelen of op het moment van de levering, het perceel grond voldeed aan de eisen van een onbebouwd terrein en of derhalve de levering belast was met BTW en geen overdrachtsbelasting verschuldigd was.

