Geen sprake van fiscale eenheid OB want niet voldoende economische verweven
Van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting is sprake als tussen BTW-ondernemers in financieel, organisatorisch en economisch opzicht een eenheid bestaat. Aan alle drie deze voorwaarden moet zijn voldaan. Rechtbank Arnhem heeft op 13 oktober bepaald dat geen sprake is van economische verwevenheid als slechts 22% van de omzet van de fiscale eenheid afkomstig is.
Belanghebbende maakt onderdeel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. De fiscale eenheid bestaat uit de moedermaatschappij en de drie dochtermaatschappijen, waaronder belanghebbende. Belanghebbende exploiteert het duurzame energiesysteem van een winkelcentrum. De fiscale eenheid is met ongeveer 22% de grootste afnemer van belanghebbende. Ter zake van de verrichte prestaties binnen de fiscale eenheid heeft belanghebbende op aangifte omzetbelasting voldaan.
In geschil is of ten onrechte BTW is betaald. Om deze vraag te beantwoorden moet volgens rechtbank Arnhem eerst worden bepaald of is voldaan aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid en daarbij in het bijzonder aan de voorwaarde van economische verwevenheid.
Volgens de rechtbank is sprake van verwevenheid in economisch opzicht als de activiteiten van de vennootschappen in hoofdzaak strekken tot de verwezenlijking van eenzelfde economisch doel, of als de activiteiten van de ene vennootschap ten behoeve van de andere vennootschap worden uitgeoefend.
Aangezien slechts 22% van de omzet van belanghebbende afkomstig is van de fiscale eenheid, is volgens de rechtbank geen sprake van economische verworvenheid.

