Inloggen Nijhof lonenportaal

Geen integratieheffing voor verbouwing tot kinderdagverblijf

Een V.o.f. exploiteerde een bedrijf voor kinderopvang. Daarom verrichtte zij uitsluitend vrijgestelde prestaties. In januari 2001 kocht zij een woon-winkelpand en liet dat verbouwen tot een kinderdagverblijf. Het uiterlijk van het pand bleef nagenoeg onveranderd. De inspecteur was van mening dat er sprake was van een nieuw vervaardigd goed en stelde dat er sprake was van een integratieheffing. Hof Den Bosch was het met de inspecteur eens en handhaafde de integratieheffing, omdat het pand na de verbouwing niet kon worden vereenzelvigd met het pand zoals dat voor de verbouwing bestond zodat door deze verbouwing dus een goed was ontstaan dat tevoren niet bestond. De V.o.f. ging in cassatie en werd door De Hoge Raad in het gelijk gesteld. De Hoge Raad stelde dat uit het Van Dijk's Boekhuis-arrest volgde dat slechts sprake was van vervaardiging van een goed, indien door de werkzaamheden aan de onroerende zaak in wezen nieuwbouw had plaatsgevonden. Vervolgens besliste De Hoge Raad dat geen sprake was van de vervaardiging van een onroerende zaak, omdat uit de gedingstukken niet bleek dat voor de indeling van het pand ten behoeve van de aanwending als kinderdagverblijf ingrepen hadden plaatsgevonden die van zodanige aard waren dat in wezen nieuwbouw had plaatsgevonden. Hier deed volgens de Hoge Raad niet aan af dat de pui op de begane grond was vernieuwd en een speelterrein was aangelegd. De naheffingsaanslag werd vernietigd.
 

Deze pagina delen
Twitter LinkedIn Facebook
  • Neem contact op met Nijhof

Nijhof Actueel

Twitter LinkedIn Facebook