Dempen sloot en greppels zorgt voor bestaan bouwterrein
Een BV kocht drie percelen van drie verschillende partijen. De verkopers A en B hadden op hun percelen bewerkingen laten verrichten zodat deze twee percelen zonder twijfel kwalificeerden als bouwterrein. Deze percelen waren dus belast met omzetbelasting en vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Verkoper C had het perceel tot aan de verkoop in gebruik als landbouwgrond en heeft het perceel in die staat geleverd. De koper was van mening dat de drie percelen samen als één onroerende zaak moesten worden aangemerkt zodat ook over perceel C omzetbelasting werd geheven. De rechtbank Den Haag leidde uit het feit dat de percelen van drie verschillende verkopers waren gekocht en dat de percelen kadastraal afzonderlijk waren geregistreerd af dat sprake is van drie fysiek gescheiden onroerende zaken. De koper was het niet eens met de uitspraak en ging in hoger beroep.
De koper was van mening dat wel sprake was van een bouwterrein omdat er bewerkingen hebben plaatsgevonden respectievelijk in de omgeving voorzieningen zijn getroffen. Hij kon niet aannemelijk maken dat deze bewerkingen hadden plaatsgevonden. Wel kon worden aangetoond dat in de nabijheid van het perceel vóór de levering een sloot en greppels waren gedempt. Hierdoor wordt voldaan aan de voorwaarden voor het bestaan van een bouwterrein en is de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting terecht toegepast.

