Boete voor niet voldane BTW over managementfees van dochter BV
BV A verrichte managementwerkzaamheden voor BV B. Hiervoor ontving zij van april 2003 tot en met december 2006 € 485.000 aan managementfees. Er werden echter geen facturen door BV A uitgereikt. Ook droeg BV A geen BTW af over de managementfee. BV B bracht de BTW ook niet in aftrek. De inspecteur legde na een controle een naheffingsaanslag BTW op en een boete van € 16.000. Door de rechtbank werd de boete verminderd tot € 13.822. BV A ging in hoger beroep. Volgens Hof Leeuwarden had de inspecteur gelijk. BV A had facturen met BTW moeten uitreiken over de door haar verrichte prestaties. Tevens had zij deze BTW op aangifte moeten voldoen. Door dit na te laten had BV A volgens het Hof dermate lichtvaardig gehandeld dat het aan haar grove schuld te wijten was dat de over de managementfees verschuldigde BTW niet was betaald. Voor het handelen als ware sprake van een fiscale eenheid tussen BV A en BV B bestond volgens het Hof geen deugdelijke rechtvaardiging. Aan de grove schuld van BV A deed volgens het Hof niet af dat BV B ter zake van de managementfees geen voorbelasting in aftrek had gebracht, omdat BV A als zelfstandig belastingplichtige de BTW was verschuldigd.

